Jed Martin

Jed Martin werd geboren in 1975 in de buurt van Parijs als zoon van een architect. Toen hij zeven jaar was, sloeg zijn moeder de hand aan zichzelf, waarna hij zijn jeugd hoofdzakelijk in afzondering doorbracht met het tekenen van bloemen en landschappen.

Na aanvankelijk als objectfotograaf te hebben gewerkt voor enkele agentschappen, boekt Martin zijn eerste succes in de beeldend kunsten met het fotograferen van landkaarten. Het beperkte kleurengamma van de complexe maar volmaakt heldere tekening van de kaarten zijn voor Martin niet alleen uitermate esthetisch, maar vermengen volgens hem ook “de essentie van de moderniteit met de essentie van het dierlijke leven”.

De lof van pers en publiek is nagenoeg eenstemmig; Patrick Kéchichian, criticus van Le Monde, stelt het satellitisch oogpunt van de kaart gelijk aan de blik van God en wijst op een parallel met de rationele theologie van Thomas van Aquino: ‘Niet zonder kranige vermetelheid neemt Martin het standpunt in van een God die, naast de mens, deelneemt aan de (re)constructie van de wereld.’ Dat de kunstenaar zich in deze uitspraak kan vinden is opmerkelijk. Jed Martin is immers weinig geneigd gebleken tot verbale toelichtingen en verhoudt zich vrijwel uitsluitend via zijn beeldentaal tot de openbaarheid. In interviews beperkt hij zich doorgaans tot een kernpunt dat gezien zijn artistieke ambities paradoxaal mag heten: het kunstenaarschap betekent in zijn ogen vooral een staat van onderwerping.

Jed Martin wordt dikwijls aangeduid als erfgenaam van de grote conceptuele kunstenaars van de 20e eeuw, en zijn werk gepresenteerd als het resultaat van een koele, onthechte reflectie op de toestand van de wereld. Maar de opmerkelijke parallellen tussen het plastische werk van Jed Martin en het proza van Michel Houellebecq zijn nog nauwelijks onderzocht. Beiden geven blijk van satirisch talent, van een scherp en soms wreed observatievermogen, van een vervreemdende sociologische distantie tot hun stof.